telegraaf5

’Er moet gewoon gelachen worden’

 

door Thiemo Wind

Jules van Hessen: “Dat het voor iedereen is, gaat tegen alle marketingregels in.”

 

Jules van Hessen heeft een nieuwe formule ontwikkeld om een breed publiek te interesseren voor symfonische muziek. Voor de pauze maakt hij de bezoekers wegwijs in een meesterwerk dat na de pauze volledig tot klinken komt. Komende week staat een suite uit De vuurvogel van Stravinsky op het programma. „Je maakt iets wat eigenlijk heel normaal is maar niet bestaat”, vertelt de gedreven dirigent en presentator.

Het Gelders Orkest hoorde de voorstellen van ’Maestro Jules’ met belangstelling aan en hapte meteen toe. Met dit gezelschap heeft Van Hessen (56) inmiddels ervaringen opgedaan die tot blijdschap stemmen. Trok de eerste aflevering in Utrecht zeshonderd bezoekers, bij de tweede waren het er al achthonderd en voor De vuurvogel zijn meer dan negenhonderd kaarten verkocht. Voor de helft nieuw publiek.

Ook in Nijmegen en Arnhem slaat de formule aan. Volgend seizoen komen Apeldoorn en Zutphen erbij. Plus Groningen, waar Van Hessen twee programma’s zal presenteren en dirigeren bij het Noord Nederlands Orkest. „Daar heeft de artistiek leider Marcel Mandos de stap genomen op grond van horen zeggen. Zonder dat we aan werving hebben gedaan, zingt het verhaal rond. Er zijn ook al contacten gelegd in Duitsland.”

Dirigenten die graag praten over muziek, ze zijn er niet zoveel. De meesten ervaren het als een noodzakelijk kwaad. Van Hessen is een uitzondering. Hij doet niets liever. „Het is een innerlijke drijfveer. En ik weet zeker dat die passie overkomt bij het publiek.”

Hoe lichtvoetig de toon is, illustreren de grappige promotiefilmpjes die onder meer op YouTube zijn te zien. Bij De vuurvogel heeft Van Hessen er vijf gemaakt. Staat hij met een lepel vol boontjes uit te leggen wat flageoletten zijn. Of krijgt hij plotseling vleugels. Die speelsheid kenmerkt ook de concerten, althans de eerste helft ervan.

telegraaf2

telegraaf3

telegraaf4

 

 

 

 

 

 

Het orkest zit dan in vrijetijdskleding op het podium, de dirigent beweegt zich voor aanvang tussen het publiek. „Ik loop een beetje rond en scheur nog net niet de kaartjes. Maar als mensen hun stoel niet kunnen vinden, help ik ze even. Het aanraakbare is geen gekoketteer. Een dirigent is gewoon een mens. En ik wil het publiek graag de boodschap meegeven hoe leuk het is om dirigent te zijn.”

In die eerste helft vertelt Van Hessen over het werk, over de componist, en laat hij het orkest fragmenten spelen. Er zit ook altijd iets van interactie in. De allereerste aflevering was gewijd aan de Eerste symfonie van Mahler. Het derde deel is gebaseerd op Vader Jacob, maar dan in mineur. En dus heeft de dirigent het publiek die muziek laten zingen, in canon. Bij de Zevende symfonie van Beethoven zaten de bezoekers even met hun vingers in de oren, om te ervaren hoe de dove componist de muziek zelf moet hebben gehoord.

Na de pauze zit het orkest in concertkledij. „Dat is heilig, echt mijn missie. Dan gebeurt er niks raars en gaat het puur om het stuk. Omdat ik vind dat je ons erfgoed moet laten horen zoals het is. Onaangeraakt. En dat kan, voor iedereen. Geef de mensen een bedding en the sky is the limit.”

„Tegenwoordig moet je heldere doelgroepen hebben. Voor wie doe je het? Marketeers willen dat altijd graag weten. De doelgroep is hier in de eerste plaats: mensen die niet of zelden naar een klassiek concert gaan. Maar zelf vind ik het belangrijk dat iemand die wél naar concerten gaat zich ook welkom voelt en niet weggejaagd wordt. Ook uit die hoek komen positieve reacties. Van mensen die verbaasd zijn: hé, dit wist ik nog niet. Ik stop er ook altijd iets in waarvan ik vermoed dat zelfs de orkestmusici het niet weten. Dat het voor iedereen is, gaat tegen alle marketingregels in.”

„Mijn angst was dat het orkest dit als corvee zou beschouwen. Als musici erbij hangen met een houding van ‘het moet’, dan is de missie bij voorbaat mislukt. Maar je ziet hier gewoon een fris orkest dat meedoet. De musici vinden het leuk. Ik gooi er ook veel humor in. Er moet gewoon gelachen worden. Maar: alles wat we doen voor de pauze staat ten dienste van de concertuitvoering daarna. De informatie moet helpen bij het luisteren. Als ik later de terugkoppeling zou krijgen dat mensen de volledige uitvoering erg lang hebben gevonden, dan heb ik gefaald.”

Tijdens de muziek worden wel beelden geprojecteerd op een scherm boven het orkest. „We houden dat redelijk simpel. Het gaat niet om wauw maar om o ja. Elk beeld dat je ziet, is voor de pauze al geïntroduceerd. De mensen moeten weten waar ze zijn. Deze keer hebben we bijvoorbeeld een icoontje gemaakt voor de vier tonen van de vuurvogel.”

Komend seizoen neemt Van Hessen met het Gelders Orkest de Vier jaargetijden van Vivaldi onder handen, de Vijfde symfonie van Beethoven, het Tweede pianoconcert van Rachmaninov en de Negende symfonie (‘Uit de Nieuwe Wereld’) van Dvorák. Laatstgenoemd werk doet hij ook met het Noord Nederlands Orkest, naast de Derde symfonie van Brahms.

„Er zijn mensen die zich bezorgd afvragen of het dirigeren van traditionele programma’s voor mij nu niet in het gedrang komt. Maar je merkt hoe enthousiast ik ben. Ik denk dat dit een nieuwe manier is om ons erfgoed te laten overleven.”